Anja Lkoundi overleden
Anja Lkoundi overleden
In juni overleed Anja Lkoundi. Zij was lange tijd bij Al Nisa betrokken.
Leyla Çakir was namens Al Nisa aanwezig bij haar begrafenis. Leyla
typeerde het karakter van de begrafenis open en warm, net als Anja’s
persoonlijkheid. Stella van de Wetering en Abdulwahid van Bommel spraken
onder meer de aanwezigen toe.
In memoriam Anja Lkoundi
Op 20 juni rond 2 uur ’s nachts is Anja Lkoundi aan een langdurige en
sluipende ziekte overleden in het bijzijn van haar man, haar vier kinderen
en haar zus. Voor mij was zij altijd een goede vriendin, hoewel de afstand
Utrecht - Heerlen maakte dat wij elkaar niet al te vaak konden zien en
spreken. Daarnaast was zij voor mij en ongetwijfeld veel lezeressen van
het maandblad een voorbeeld en bron van inspiratie.
Zij heeft op een oprechte, eerlijke en scherpe manier laten zien dat de
islam universeel is en de grenzen van plaats en tijd en dus ook cultuur
overstijgt of in ieder geval hoort te overstijgen. Via haar geschreven en
gesproken woorden blijft ze in onze gedachten.
We wensen haar man, kinderen en andere familie en vrienden veel sterkte
met dit verlies.
Stella van de Wetering
*******************************************************************************************
In memoriam Anja ‘lKoundi Hamaekers (1956 – 2010).
Alle clichés zijn van toepassing. Veel te vroeg van ons heen gegaan. We zullen haar ontzettend missen. Maar dan echt! Vooral haar lichte melodieuze Limburgse geluid door de telefoon, waarmee ze steeds weer zei hoe de vork eigenlijk in de steel zat. Ze vertegenwoordigde twee o’s van wetenschap, onderwijs en onderzoek, als een vrije intellectueel. Zich daarbij steeds kritisch afvragend wat die derde o precies betekende: opvoeding.
Ze heeft op allerlei manieren iets willen betekenen voor ‘de moslimgemeenschap’ van Nederland, voor zover je daarvan kunt spreken. Zij liep daarbij meestal tegen een muur van betweterigheid, volkomen stilstand en het bewaken van de status quo van mannelijk leiderschap.
In het boek waaraan zij was begonnen, wilde zij schrijven over haar moslim zijn en de ziekte die zij had: kanker. Zij schreef: ‘Ik kan me voorstellen, dat u zich afvraagt wat borstkanker en ‘moslim zijn’ met elkaar te maken hebben. Niets natuurlijk. Behalve dat ik het ene heb en het andere ben. En dat kanker mijn bewustzijn zodanig heeft wakker geschud, dat ik –nu of nooit- míjn ontwikkeling binnen de islam wil delen met anderen.’ De prachtige eenvoud van die twee kleine woorden: wat ik ben en wat ik heb. Met die twee werkwoorden kunnen we veel van ons bestaan doorgronden. Ze zei: ‘Ik wil niet langer zwijgen. Ik wil mijn kinderen laten zien dat mijn beleving van de islam vrolijk is, geluk brengt, ontspannen is en vrede brengt. En vooral: dat je vrij bent om keuzes te maken. En ik doe dit lekker theologisch onverantwoord. Want de islam is niet het bezit van de theologen, de imams en de politici. Als ze iets verstandigs te melden hebben, wil ik best naar ze luisteren. Ook wil ik wel advies aannemen. Maar noch theologen, noch imams hebben ook maar enige zeggenschap over me.’ Deze stem is voortijdig het zwijgen opgelegd. Ook hier weer zijn alle clichés bekend. Het was haar tijd. Maar ik had best wat ruilhandel willen drijven met wat 'nutteloos leven' en wat meer leven voor haar willen kopen.
Abdulwahid van Bommel
In memoriam Anja Lkoundi – Hamaekers
In ons laatste telefoongesprek vroeg ik Anja waar ze naar verlangde. ‘Licht’, zei ze,’ licht’. We maakten een afspraak voor over 2 weken. Vijf dagen later het bericht dat Anja niet meer in deze wereld was, de mijne stond even stil.
Na haar begrafenis lag er bij thuiskomst een witte veer op de oprijlaan. Het voelde als een laatste geschenk van Anja. Ik maakte de volgende haiku:
Thuis ligt op mijn pad
Mariette Bogaers
Tijdens deze lezing wil ik de positie van de westerse vrouw tegenover de positie van de moslim-vrouw zetten. Met een ‘westerse vrouw’ bedoel ik in dit geval een vrouw met een seculiere levensinstelling en een christelijke achtergrond, en met een moslimvrouw bedoel ik een min of meer religieus praktiserende vrouw met een traditionele achtergrond. Het tegenover elkaar zetten van beide posities werkt polarisatie in de hand en tekent zaken die eigenlijk genuanceerde grijstinten zijn, ongenuanceerd zwart/-wit af. Ook doe ik onrecht aan de individualiteit van ieders situatie. Ik ben me hier terdege van bewust, maar ik doe dit vanwege de helderheid van mijn betoog en om discussie uit te lokken. In onze dagelijkse omgang met elkaar is een genuanceerde houding echter een voorwaarde om nader tot elkaar te komen.
Nadat ik de posities van beide groepen heb neergezet en verklaard, geef ik aan hoe wij als mos-limvrouwen vorm kunnen geven aan onze eigen emancipatie binnen islamitische kaders. Als laatste geef ik met diverse voorbeelden aan hoe men dit binnen de westerse context kan realise-ren.
De vrouw is psychisch en sociaal afhankelijk van de man. De vrouw is psychisch onafhankelijk.
De vrouw is vrij in haar partnerkeuze en haar leven vanaf de vroege puberteit wordt vaak bepaald door het zoeken naar de juiste partner. De vrouw is vaak niet vrij in haar partnerkeuze en mannen spelen een geringe rol voor het huwelijk.
Deze factoren leiden tot verschillende gedragingen van westerse en islamitische vrouwen. Dit uit zich bij westerse vrouwen in de drang om mannen steeds te evenaren, als het ware op hun stoel te gaan zitten: ‘Wat hij kan, kan ik ook’. Daardoor worden vrouwen die bijvoorbeeld piloot zijn of loodgieter, als supergeëmancipeerd ervaren en stimuleren scholen meisjes om techniek te studeren. Man en vrouw, jongen en meisje zijn dan ook steeds elkaar concurrenten, terwijl ze tegelijkertijd op zoek zijn naar een potentiële partner. Zo raken jongens en meisjes en mannen en vrouwen gefocust op elkaar en lopen ze het risico hun hele leven te laten bepalen door mannen als concurrenten of de man als hun partner. Daarbij wordt de partnerkeuze beïnvloed door een ‘romantische’ opvatting over liefde, waarbij de partner vooral ‘leuk’ moet zijn en ‘vlinders in de buik’ moet bewerkstelligen. Na het huwelijk is de man - doordat er niet echt sprake is van een ‘vrouwencultuur’ in Nederland - de enige via wie de vrouw sociale contacten kan leggen en waar zij emotioneel op kan steunen. Hierdoor wordt de liefde die zij kan geven aan haar man, en de genegenheid die ze terug ‘eist’, allesbepalend voor haar leven. Als de man onvoldoende genegenheid toont, wordt dat als een ramp ervaren, waarop zij reageert door nog meer lief te hebben en alles te doen om hem ter wille te zijn, of te scheiden. Het risico is groot dat zij hierdoor altijd in een slachtofferrol belandt. Het zoeken naar betaalde arbeid is dan ook niet altijd een streven naar economische onafhankelijkheid, maar ook een manier om zelfstandig sociale contacten op te kunnen bouwen en zich emotioneel onafhankelijker te voelen. Betaalde arbeid wordt zo het synoniem van emancipatie.
Moslimvrouwen met een traditionele achtergrond hebben in het geheel geen behoefte om man-nen te evenaren. Sterker nog, zij hebben mannen niet echt nodig, behalve voor inkomen en voortplanting. Hun opvatting over de liefde is ‘zakelijker’: moslimvrouwen kijken of hun man voor hen en de kinderen kan zorgen, en of hij hun onafhankelijkheid niet teveel aantast. Een ontwikkelde moslimvrouw legt zaken dan ook vast in het huwelijkscontract. De enige echte intense liefde is de liefde van en voor haar kinderen. Sociale contacten, emoties en psychische problemen uiten zij meer bij vrouwengroepen, hun ‘zusters’, dan bij hun man. Binnen deze vrouwengroepen vinden vele vrouwen ook economische zelfstandigheid, doordat zij hierbinnen betaalde functies kan vervullen. Denk hierbij aan vroedvrouwen, vrouwen die allerlei diensten verlenen aan de bruid, zieneressen en kruidenspecialisten, vrouwen die werken in badhuizen en vrouwen met allerlei psychotherapeutische vaardigheden. Helaas worden deze functies onderge-waardeerd en slecht betaald en zijn ze in deze tijd aan het verdwijnen. Een bijkomend fenomeen hierbij is echter dat moslimvrouwen vaker beperkt worden in hun vrijheid door andere vrouwen, zoals hun moeder of schoonmoeder.
De behoefte om mannen te evenaren uit zich bij westerse vrouwen tevens in het onderwaarde-ren van de moederlijke zorg en opvoeding van kinderen. Mannen hebben deze taak steeds links laten liggen en ook in deze tijd nemen mannen slechts mondjesmaat zorgtaken over, en dan ook nog alleen de leuke dingen. Ook de samenleving waardeert de moederlijke zorg niet en doet alsof ‘iedereen’ deze taak kan overnemen. Hierdoor worden de zorgtaken voor steeds jongere kinderen en baby’s overgedragen aan anderen, ‘vreemden’ en worden kinderen op steeds jongere leeftijd buiten de familie geplaatst. Bij moslimvrouwen echter wordt de zorg voor inkomen niet hoger gewaardeerd dan de zorg voor kinderen. Eigenlijk wordt betaalde arbeid ook als een zorgtaak gezien ten dienste van het gezin, en niet ten dienste van het individu zelf. Dat was in Nederland tot voor kort ook zo! Men sprak van een gezinsinkomen. Dit wordt nu afgeschaft omdat men meent dat vrouwen hierdoor niet gaan werken. En betaalde arbeid is immers synoniem aan emancipatie geworden.
Zeg ik nu dat islamitische vrouwen geëmancipeerder zijn dan westerse? Nee hoor, laten we elkaar niet voor de gek houden. Ik stel hier slechts vast dat ook westerse vrouwen niet geëmancipeerd zijn, en dat ze dat ook door betaalde arbeid niet automatisch zullen worden. Het feit dat westerse vrouwen meer mogelijkheden hebben, is in mijn visie alleen te danken aan de gigantische economische voorsprong die westerse landen hebben ten opzichte van (en over de rug van) Derde Wereldlanden en de democratische overlegstructuren die zij tot hun beschikking hebben. De beroerde positie van vrouwen in islamitische landen (want dit zijn meestal Derde Wereldlanden) is dan ook voor een groot deel te wijten aan economische factoren. Daarnaast is het ook te wijten aan de dominantie van mannen in alle sectoren van de samenleving en binnen het gezin. Dit laatste is een probleem van álle vrouwen.
Mijn conclusie van dit eerste deel van de lezing is, dat de weg naar emancipatie van de westerse vrouw een andere is dan die van een islamitische vrouw. De definitie van ‘vrijheid’ en zich ‘be-vrijden’ is een heel andere. Westerse vrouwen moeten zich bijvoorbeeld eerst nog psychisch en sociaal onafhankelijk van de man leren opstellen, iets wat vele moslimvrouwen allang hebben. Moslimvrouwen zijn vaak heel zelfbewust als het gaat om de waardering van de zorgtaken. Ik ken oudere zelfbewuste moslimvrouwen die het zorgen voor een inkomen zelfs lager waarderen dan de moederzorg! Een ander voorbeeld is de meer zakelijke benadering van het huwelijk (waar trouwens de liefde ook de grootste plaats in kan nemen!). Deze benadering bevrijdt moslimmeisjes van het gevoel om al vanaf hun veertiende constant ‘mooi’ te moeten zijn en ‘aantrekkingskracht voor de andere sekse’ als kwaliteit te moeten ontwikkelen (dit geldt trouwens ook voor jongens). Daarbij zijn ze, op het moment dat ze daaraan toe zijn, verzekerd van hulp van ervaren volwassenen bij het zoeken naar een partner. Als moslimmeisjes via de westerse manier willen emanciperen, is het risico groot dat er conflicten ontstaan met de islamitische cultuur, terwijl ze tegelijkertijd hun vrijheid en welzijn niet vinden binnen het westerse kader. De kans om met lege handen komen te staan, is dan erg groot. Er is dus een ‘eigen’ emancipatie nodig, maar hoe?
Een eigen emancipatie
De eerste stap naar emancipatie voor mannen en vrouwen is het zoeken naar kennis, zowel van de islam als van maatschappelijke zaken. Dit kun je niet los van elkaar zien. Kennis staat niet in dienst van carrière en werk, maar vooral van zelfontplooiing als moslim. Alleen zo kun je jezelf ontwikkelen tot een goede ouder en echtgenoot, en eventueel ook tot een goede werknemer. Ontwikkelde mannen en vrouwen kunnen een geëmancipeerde relatie met elkaar onderhouden, of ze nou moslim zijn of niet. Door het verwerven van kennis leer je ook de goede tradities van de slechte te onderscheiden. Zo kunnen ontwikkelde vaders en moeders de vrouw- en meisjeonterende tradities een halt toeroepen, door hun dochters ervoor te beschermen. Ontwikkelde vrouwen kunnen uitspraken uit de islam die door mannen gebruikt worden om hun primaat in de schepping en hun almacht te ondersteunen, ontzenuwen als puur machtsmisbruik van ‘het recht van de sterkste’.
Emancipatie van moslimvrouwen binnen de westerse context
Wij hebben een kader nodig van mensen, mannen en vrouwen, die ons helpen een weg te wijzen binnen deze vrijheden en op te gaan met de belemmeringen, zodat wij onze moslimidentiteit in Nederland kunnen vormgeven. Wij missen echter ruimdenkende ‘alims en ‘alima’s die de westerse context begrijpen en tevens inzicht hebben in de maatschappelijke en culturele processen van religieuze minderheden. Moslims in het algemeen - mag ik ze hier even ‘geboren moslims’ noemen? - of ze nu ‘alim zijn of niet, missen veelal het vermogen om over islam te denken in termen van het hier en nu. Zij kijken met liefde en trots op hun grootse verleden en sommigen zouden de eerste eeuwen van de islam zelfs in deze tijd in ere willen herstellen. Merkwaardig genoeg zijn zij voor wat betreft hun materiële zaken zeer wel in staat om in het hier en nu te leven. Dit is immers de reden waarom zij gemigreerd zijn.
Dus ook al zijn er in het hier en nu in Nederland talloze mogelijkheden om je als moslim te ont-plooien - uiteraard naast talloze belemmeringen - deze mogelijkheden worden onvoldoende onderkend. Toch maant de Koran ons tot het volgende:
Laat ik eens een paar voorbeelden geven.
Slot



